Frans Meijer

Mannelijk 1902 -


Tijdlijn-breedte:      Verversen

Tijdlijn



Verwijderen
 
 




   Datum  Gebeurtenis(sen)
1740 
  • 1740—1748: Hongerperiode grote steden
    Hongerperiode Grote steden, Doelistenoproer, opstanden.
1745 
  • 1745: Veepest
    Tweede veepestepidemie.
1748 
  • 1748—1749: Pachtersoproer
    In 1748 brak in de Republiek het Pachtersoproer uit, rellen die waren gericht tegen de belastingpachters, waarvan algemeen werd aangenomen dat ze zich op ongeoorloofde wijze verrijkten. De Staten van Friesland besloten hierop de wijze van belastingheffing te veranderen. Alle indirecte belastingen zouden worden vervangen door een heffing die min of meer evenredig zou zijn met gezinsgrootte en welstand. Op 30 december van dat jaar volgde, na het uitschrijven van een prijsvraag, de bekendmaking van de nieuwe belastingwetten. Eén daarvan bepaalde de invoering van de quotisatie. Maar het volk was daarover al gauw nog ontevredener dan over de vroegere belastingen. De quotisatie is dan ook in 1750 al weer afgeschaft. Belastingheffing 18de eeuw Ten tijde van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden waren de provincies op velerlei gebied soeverein, onder meer op dat van de belastingheffing. Toch was er tussen de gewesten een belangrijk punt van overeenkomst: bijna alle belastingen werden verpacht. Dit hield in dat de Staten gewoonlijk jaarlijks aan de hoogstbiedende de invordering van bepaalde belastingen opdroegen; de pachter moest er dan zelf maar voor zorgen dat hij zijn pachtsom er weer uitkreeg. Deze figuur is dus zeer wel vergelijkbaar met de tollenaar die we uit de bijbel kennen; hij had daarmee ook diens grote impopulariteit gemeen. https://www.tresoar.nl/help/Pages/Quotisatie-1749---achtergronden.aspx
1775 
  • 1775—1776: Beulake verzwolgen
    Tijdens de noordwesterstormen in de nacht van 14 op 15 november 1775 en van 21 op 22 november 1776 werden de gevolgen van de jarenlange vervening voor Beulake pijnlijk duidelijk. De Zuiderzeedijk brak beide keren op veel plaatsen door. Het binnenstromende water spoelde de ribben weg en vernielde de huizen en turfschuren. Hele stukken veenland dreven weg. Na de storm van 1775 woonden er nog ongeveer 50 mensen in het dorp. Zij hadden zich bij het losbreken van de tweede, nog verwoestender storm verschanst in de kerk. De schuilplaats doorstond het geweld en de Beulakers beleefden er de spannendste 36 uur uit hun leven, voordat ze met boten het Hoge Land van Vollenhove bereikten. Tijdens de twee stormen was er zoveel land weggeslagen dat grote delen van het gebied in veenplassen, wieden, waren veranderd. Het grootste wiede werd genoemd naar het verdronken dorp. Ontheemden De turfgravers en veenbazen van Beulake hadden lessen getrokken uit hun roekeloze graverijen en zochten hun heil in de veengebieden van Wanneperveen, Oldemarkt en Friesland. De ouderen en armen vertrokken vooral naar Vollenhove, waar ze door de diaconie van de moederkerk werden opgevangen. De preekstoel uit hun dorpskerk werd aangekocht voor de Kleine Kerk. De vervening in het schoutambt bereikte nooit meer het peil van vóór de ramp. De turf die het land aan de randen van de wieden nog opbracht, werd via de Moespotvaart onder de rook van Vollenhove en het Veentje bij Sint Jansklooster aan wal gebracht. Deze vaarten werden nog tot ver in de 20ste eeuw voor dit doel gebruikt. De Beulakers moesten vluchten voor het water, maar brachten het er allemaal levend af. Spullen die ze in allerijl hadden moeten achterlaten, worden sinds het midden van de jaren zeventig opgedoken door R. Massier.
1781  
  • 1781 : Watersnood riviergebieden
    Watersnood riviergebieden
1806 
  • 1806—1810: Franse Tijd
    Napoleon Bonaparte benoemd zijn broer Lodewijk tot Koning van Holland
1811 
  • 1811: Invoering Bugelijkestand en Kadaster
    Invoering van de Burgelijke Stand en het Kadaster. 1801 Eerste topografische kaart. Start landelijke driehoeksmeting door baron Krayenhoff als basis voor eerste topografische kaart van de toenmalige Bataafse Republiek.
1815 
  • 16 mrt 1815—1840: Willem I
    De eerste Koning der Nederlanden was Willem I, zoon van stadhouder Willem V. Hij regeerde over het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden vanaf de oprichting in 1815 tot de onafhankelijkheid van het Koninkrijk België in 1830 (zelf erkende hij de onafhankelijkheid van België pas in 1839) en bleef Koning der Nederlanden tot 1840. Voor het ontstaan van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was Lodewijk I Bonaparte koning van Koninkrijk Holland, van 5 juni 1806 tot 1 juli 1810. Ook zijn 5-jarige zoontje Napoleon Lodewijk Bonaparte is officieel, als Lodewijk II, twaalf dagen koning geweest, waarbij diens moeder Hortense de Beauharnais optrad als regentes. Keizer Napoleon Bonaparte, de broer van Lodewijk I, annexeerde op 13 juli 1810 Koninkrijk Holland.
1820 
  • 1820: Watersnood Langs grote rivieren
    Watersnood Langs grote rivieren
10 1836 
  • 1836—1848: Aanleg ringvaart ivm drooglegging Haarlemmermeer
    Eind 1836 hadden twee stormen het water tot de poorten van Leiden en Amsterdam opgejaagd, waarna koning Willem I in 1837 besloot dat het meer moest worden drooggemalen. Bij Koninklijk Besluit van 1 augustus werd een commissie belast met het maken van een ontwerp voor de droogmaking. Dit ontwerp liet even op zich wachten; pas toen in 1839 Amsterdam en Leiden weer te kampen hadden met overlast kwam er schot in de zaak. Voor het graven van de Ringvaart en de bedijking zette jonkheer Frederik van de Poll in mei 1840 bij Hillegom de eerste spade in de grond. Na acht jaar graven was het meer volledig afgesloten door een ringdijk van 59,5 km lengte en 0,70 tot 1,70 m hoogte.
  • 1836—1836: Orkaan / Overstroming
    De Lage Landen worden getroffen door een orkaan. Het Haarlemmermeer treedt buiten zijn oevers en zet het land blank tot aan Sloten
11 1837 
  • 1837—1852: Droogmaking Haarlemmermeer
    Ontstaansgeschiedenis Net als elders in Noord-Holland werd in de middeleeuwen het tot dan toe ontoegankelijke veengebied voor agrarische doeleinden ontgonnen door het graven van sloten. Enkele natuurlijke meren in het gebied groeiden door bodemdaling en mogelijk ook turfwinning steeds verder uit. Aan het eind van de 15e eeuw resulteerde dit in drie meren die door smalle landtongen van elkaar werden gescheiden: het Leidse meer, het Haarlemmermeer en het Spieringmeer. In de 16e eeuw werden de landtongen weggeslagen en ontstond het ‘Grote Haarlemmermeer’ (ook wel de ‘Waterwolf’ genoemd). De bedreiging van de omliggende steden door het nog steeds uitbreidende meer en de uitvinding van het stoomgemaal zorgden ervoor dat in 1837 per Koninklijk decreet werd besloten tot de droogmaking van de Haarlemmermeer. In 1852 viel het meer uiteindelijk droog, de gemalen De Cruquius, De Leeghwater en De Lynden herinneren ons hieraan.
12 1845 
  • 1845—1852: Drooglegging Haarlemmermeer
    In 1845 werd eerst een proefstoomtuig gebouwd, het Gemaal De Leeghwater (bij de Kaag), dat in 1848 begon met het droogmalen. In 1849 werden de andere twee stoomgemalen in gebruik genomen: Gemaal De Cruquius (bij Heemstede) en Gemaal De Lynden (bij Osdorp). De gemalen werden vernoemd naar personen die initiatieven hadden genomen tot droogmaking (Nicolaus Cruquius en Frans Godard baron van Lynden van Hemmen). Uiteindelijk viel het meer op 1 juli 1852 droog.