| |
Datum |
Gebeurtenis(sen) |
| 1 | 1568 | - 1568 —1649: 80 jarige oorlog
De Tachtigjarige Oorlog, De Opstand of de Nederlandse Opstand was een strijd in de Nederlanden die in 1568 begon en eindigde in 1648, met een tussenliggende vrede (het Twaalfjarig Bestand) van 1609 tot 1621. De oorlog woedde in een van de rijkste Europese gebieden, de Habsburgse of Spaanse Nederlanden en richtte zich tegen een wereldmacht: het Spaanse Rijk onder koning Filips II, landsheer der Nederlanden
|
| 2 | 1595 | - 1595—1606: Landelijke Pest golven
Pest Landelijke golven, Amsterdam ca. 15%, Gorcum ca. 25%
|
| 3 | 1615 | - 1615—1619: Landelijke Pest
Ca. 40.000 doden
|
| 4 | 1618 | - 1618—1648: 30 Jarige oorlog
Meest verwoestende Europese oorlog. Dode 30 tot 40% van de bevolking vooral in Duitsland. door hongersnood door plunderingen, veldslagen en belegeringen
|
| 5 | 1623 | - 1623—1624: Hongersnood
1623-1624 Hongersnood Landelijk Sterfte 2,5 keer normaal
|
| 6 | 1641 | - 1641: Plannen Leeghwater droogmalen Haarlemmermeer
Al in de 17e eeuw werden, onder andere door Jan Adriaenszoon Leeghwater, plannen gemaakt om het Haarlemmermeer droog te malen. In 1641 publiceerde Leeghwater zijn Haarlemmermeer-boek. Hiervoor zouden circa 200 poldermolens nodig zijn geweest. Tegen deze plannen bestond echter sterke oppositie. Zo wilde Leiden zijn lucratieve visrechten niet kwijt en lag Haarlem dwars omdat het fors verdiende aan de scheepvaart; het transportmiddel bij uitstek in het drassige Holland. Daarnaast ontbraken de middelen en was er weinig vertrouwen in de technische haalbaarheid van een droogmakerij op deze schaal.
|
| 7 | 1740 | - 1740—1748: Hongerperiode grote steden
Hongerperiode Grote steden, Doelistenoproer, opstanden.
|
| 8 | 1745 | - 1745: Veepest
Tweede veepestepidemie.
|
| 9 | 1748 | - 1748—1749: Pachtersoproer
In 1748 brak in de Republiek het Pachtersoproer uit, rellen die waren gericht tegen de belastingpachters, waarvan algemeen werd aangenomen dat ze zich op ongeoorloofde wijze verrijkten. De Staten van Friesland besloten hierop de wijze van belastingheffing te veranderen. Alle indirecte belastingen zouden worden vervangen door een heffing die min of meer evenredig zou zijn met gezinsgrootte en welstand. Op 30 december van dat jaar volgde, na het uitschrijven van een prijsvraag, de bekendmaking van de nieuwe belastingwetten. Eén daarvan bepaalde de invoering van de quotisatie. Maar het volk was daarover al gauw nog ontevredener dan over de vroegere belastingen. De quotisatie is dan ook in 1750 al weer afgeschaft. Belastingheffing 18de eeuw Ten tijde van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden waren de provincies op velerlei gebied soeverein, onder meer op dat van de belastingheffing. Toch was er tussen de gewesten een belangrijk punt van overeenkomst: bijna alle belastingen werden verpacht. Dit hield in dat de Staten gewoonlijk jaarlijks aan de hoogstbiedende de invordering van bepaalde belastingen opdroegen; de pachter moest er dan zelf maar voor zorgen dat hij zijn pachtsom er weer uitkreeg. Deze figuur is dus zeer wel vergelijkbaar met de tollenaar die we uit de bijbel kennen; hij had daarmee ook diens grote impopulariteit gemeen. https://www.tresoar.nl/help/Pages/Quotisatie-1749---achtergronden.aspx
|
| 10 | 1775 | - 1775—1776: Beulake verzwolgen
Tijdens de noordwesterstormen in de nacht van 14 op 15 november 1775 en van 21 op 22 november 1776 werden de gevolgen van de jarenlange vervening voor Beulake pijnlijk duidelijk. De Zuiderzeedijk brak beide keren op veel plaatsen door. Het binnenstromende water spoelde de ribben weg en vernielde de huizen en turfschuren. Hele stukken veenland dreven weg. Na de storm van 1775 woonden er nog ongeveer 50 mensen in het dorp. Zij hadden zich bij het losbreken van de tweede, nog verwoestender storm verschanst in de kerk. De schuilplaats doorstond het geweld en de Beulakers beleefden er de spannendste 36 uur uit hun leven, voordat ze met boten het Hoge Land van Vollenhove bereikten. Tijdens de twee stormen was er zoveel land weggeslagen dat grote delen van het gebied in veenplassen, wieden, waren veranderd. Het grootste wiede werd genoemd naar het verdronken dorp. Ontheemden De turfgravers en veenbazen van Beulake hadden lessen getrokken uit hun roekeloze graverijen en zochten hun heil in de veengebieden van Wanneperveen, Oldemarkt en Friesland. De ouderen en armen vertrokken vooral naar Vollenhove, waar ze door de diaconie van de moederkerk werden opgevangen. De preekstoel uit hun dorpskerk werd aangekocht voor de Kleine Kerk. De vervening in het schoutambt bereikte nooit meer het peil van vóór de ramp. De turf die het land aan de randen van de wieden nog opbracht, werd via de Moespotvaart onder de rook van Vollenhove en het Veentje bij Sint Jansklooster aan wal gebracht. Deze vaarten werden nog tot ver in de 20ste eeuw voor dit doel gebruikt. De Beulakers moesten vluchten voor het water, maar brachten het er allemaal levend af. Spullen die ze in allerijl hadden moeten achterlaten, worden sinds het midden van de jaren zeventig opgedoken door R. Massier.
|
| 11 | 1781 | - 1781 : Watersnood riviergebieden
Watersnood riviergebieden
|